Wijziging wetsvoorstel schijnzelfstandigheid: wat betekent dit voor ZZP-ers in de Tandtechniek en opdrachtgevers?

Europese deadline leidt tot schrappen van het verduidelijkingsdeel

De discussie over schijnzelfstandigheid houdt veel sectoren bezig. Ook in de tandtechniek werken tandtechnici regelmatig als zelfstandige zonder personeel. Op 6 maart 2026 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een belangrijke wijziging aangekondigd in het wetsvoorstel dat bedoeld is om meer duidelijkheid te geven over de vraag wanneer iemand werknemer is en wanneer iemand als zelfstandige kan werken. Deze wijziging heeft ook voor tandtechnische laboratoria praktische betekenis.

Het wetsvoorstel waar het om gaat, beoogde oorspronkelijk twee dingen te regelen. Ten eerste zou de wet verduidelijken wanneer sprake is van werken in dienst van een ander. Ten tweede zou een zogenoemd rechtsvermoeden van werknemerschap worden ingevoerd bij lage uurtarieven. Met een nota van wijziging heeft de minister echter besloten het eerste onderdeel uit het wetsvoorstel te schrappen. Daarmee blijft alleen het onderdeel over dat het rechtsvermoeden van werknemerschap introduceert.

Europese deadline zorgt voor aanpassing wetsvoorstel
De reden voor deze wijziging ligt in een Europese afspraak. Nederland ontvangt middelen uit het Europese herstelprogramma dat na de coronacrisis is opgezet. In het Nederlandse herstel- en veerkrachtplan is afgesproken dat maatregelen worden genomen om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Eén van de bijbehorende mijlpalen is dat wetgeving hierover uiterlijk op 31 augustus 2026 in het Staatsblad moet zijn gepubliceerd.

Wanneer deze mijlpaal niet wordt gehaald, kan dat gevolgen hebben voor de uitbetaling van Europese herstelmiddelen aan Nederland. Om te voorkomen dat de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel te lang duurt, heeft de minister ervoor gekozen het meest controversiële onderdeel – de wettelijke verduidelijking van de arbeidsrelatie – uit het voorstel te halen. Daardoor kan het onderdeel over het rechtsvermoeden sneller worden behandeld.

Wat verandert er in het wetsvoorstel
Dit betekent dat de wettelijke definitie van een arbeidsovereenkomst niet wordt aangepast. De beoordeling of iemand werknemer is, blijft dus gebaseerd op artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek en op bestaande rechtspraak. In de praktijk kijken rechters daarbij naar verschillende factoren, zoals de mate waarin iemand onder leiding en toezicht werkt, of het werk onderdeel is van de organisatie van de opdrachtgever en in hoeverre sprake is van ondernemerschap. Ook wordt gekeken naar hoe partijen in werkelijkheid samenwerken. De feitelijke situatie weegt daarbij zwaarder dan wat er op papier staat.

Rechtsvermoeden van werknemerschap
Het deel van het wetsvoorstel dat wel blijft bestaan, introduceert een rechtsvermoeden van werknemerschap bij een relatief laag uurtarief. In de huidige voorstellen ligt die grens rond de 32 euro per uur. Wanneer een zelfstandige onder die grens werkt, kan hij of zij stellen dat er feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst. In dat geval verschuift de bewijslast naar de opdrachtgever. Het laboratorium moet dan aantonen dat er geen arbeidsovereenkomst bestaat.

Het rechtsvermoeden werkt alleen als de zelfstandige er zelf een beroep op doet. Zolang een zelfstandige tandtechnicus tevreden is over de samenwerking en het tarief, zal dat meestal niet gebeuren. In veel gevallen ontstaan dit soort discussies pas wanneer er een conflict ontstaat, bijvoorbeeld bij beëindiging van de samenwerking of bij een betalingsgeschil.

Wat betekent dit voor tandtechnische laboratoria
Voor tandtechnische laboratoria verandert de juridische beoordeling van zelfstandigen dus niet wezenlijk. De vraag of iemand werknemer is, wordt nog steeds bepaald aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Wel kan het rechtsvermoeden in bepaalde situaties de positie van een zelfstandige versterken, met name wanneer er sprake is van een laag tarief en een langdurige samenwerking met één opdrachtgever.

In de tandtechniek kan de beoordeling soms complex zijn. Veel zelfstandige tandtechnici werken regelmatig in een laboratorium, maken gebruik van apparatuur van het laboratorium en werken volgens vaste werkprocessen. Dat kan in sommige gevallen wijzen op een sterke inbedding in de organisatie van het laboratorium. Tegelijkertijd zijn er ook veel zelfstandige tandtechnici die voor meerdere laboratoria werken, eigen specialisaties hebben en hun werkzaamheden grotendeels zelfstandig organiseren. In die gevallen is het ondernemerschapskarakter doorgaans duidelijker.

Ondernemerschap en brancheorganisatie
Een factor die kan bijdragen aan het beeld van ondernemerschap is de manier waarop een tandtechnicus zich in de markt presenteert. Zo kan het bijvoorbeeld helpen wanneer een zelfstandige een eigen onderneming voert, meerdere opdrachtgevers heeft en investeert in eigen ontwikkeling of apparatuur. Ook deelname aan een ondernemersnetwerk kan daarbij passen.

Lidmaatschap van de Branchevereniging Tandtechniek kan eveneens bijdragen aan het ondernemerschapsprofiel van een zelfstandige tandtechnicus. Daarnaast beschikken leden van de Branchevereniging Tandtechniek over een gratis Mijnmond.info-webpagina, waarmee zij zich naar buiten toe kunnen presenteren als zelfstandig tandtechnisch ondernemer. Zo’n zichtbare profilering richting tandartsen en andere opdrachtgevers kan bijdragen aan het beeld van een zelfstandige professional die actief is in de markt.

Waar moet u als laboratorium op letten
Voor laboratoria die met zelfstandige tandtechnici werken, blijft het belangrijk om goed te kijken naar de manier waarop de samenwerking in de praktijk is ingericht. Daarbij spelen vragen een rol zoals: bepaalt de zelfstandige zelf hoe het werk wordt uitgevoerd, kan hij of zij opdrachten weigeren, werkt de zelfstandige ook voor andere opdrachtgevers en draagt hij of zij daadwerkelijk ondernemersrisico.

De wijziging van het wetsvoorstel betekent vooral dat er voorlopig geen nieuwe wettelijke criteria komen voor de beoordeling van arbeidsrelaties. De bestaande regels en rechtspraak blijven leidend. Het nieuwe rechtsvermoeden kan in bepaalde situaties wel een extra instrument worden voor zelfstandigen met een laag uurtarief, maar zal in de meeste gevallen alleen een rol spelen wanneer er daadwerkelijk een geschil ontstaat.

Voor de tandtechnische branche verandert de praktijk daarom waarschijnlijk minder dan soms wordt gedacht. Wel blijft het verstandig om bij samenwerking met zelfstandigen aandacht te houden voor de feitelijke inrichting van de arbeidsrelatie en het ondernemerschapskarakter van de zelfstandige tandtechnicus. Dat helpt om onduidelijkheden en mogelijke discussies in de toekomst te voorkomen.

Bij het secretariaat kunt u een concept ‘Overeenkomst van Opdracht’ opvragen.

Heeft u hierover vragen? Neem gerust contact op met het secretariaat via [email protected] of bel 085-87 69 768.

Wordt nu ook lid

Bent u een tandtechnisch ondernemer op zoek naar een belangenbehartiger?